Bestaat er dan toch duurzame palmolie?

Palmolie met het RSPO-keurmerk is geen garantie voor duurzame palmolie. Maar met de hoge opbrengst en brede toepassing van palmolie zouden we dat eigenlijk wel moeten hebben. Bestaat duurzame palmolie eigenlijk wel?

Duurzame palmolie bestond niet

Toen ik ontdekte wat de problemen met de palmolieproductie zijn, concludeerde ik dat er geen duurzame palmolie bestaat. Voor het verbouwen van de palmen worden nog altijd grote stukken kostbaar regenwoud gekapt en de lokale bevolking wordt hun land afgenomen en gedwongen om onder slechte omstandigheden op de palmolieplantages te gaan werken.

De Roundtable for Sustainable Palm Oil (RSPO) zou in theorie voor duurzame palmolie moeten zorgen, maar in de organisatie zitten behalve natuurorganisaties ook grote palmolieleveranciers en bedrijven zoals Unilever die grote hoeveelheden palmolie gebruiken.

De criteria voor duurzame palmolie zijn matig en controle gebeurt door de organisatie zelf, waardoor er nauwelijks sancties volgen wanneer regels niet nageleefd worden. Intussen verdwijnen er nog steeds enorme stukken regenwoud, met name in Indonesië en Maleisië. Een RSPO-keurmerk geeft dus weinig garantie.voor goede sociale en ecologische omstandigheden.

Bestaat er dan toch duurzame palmolie?

Iris(niet) wees me erop dat de palmolie in de zepen van Dr. Bronner’s volgens dat merk wél duurzaam zou zijn. Op hun website geven ze aan dat de palmolie uit Ghana komt en de palmpitolie uit Ecuador. Intussen ontdekte ik ook de Zeepziederij aan het IJ. Deze gebruikt RSPO-gecertificeerde palmolie die eveneens uit West-Afrika komt.

Die RSPO-certificering betekent misschien niet zoveel, maar zowel Dr. Bronner’s als de Zeepziederij gebruiken in ieder geval geen palmolie uit de beruchte ‘probleemregio’ van Indonesië en Maleisië. Komt er dan misschien wel duurzame palmolie uit Zuid-Amerika of uit de regio waar de oliepalm van oorsprong vandaan komt: West-Afrika?

Waarom die moeite voor duurzame palmolie?

Wat zepen betreft blijken er genoeg alternatieven zonder palmolie te zijn, dus we zouden ons kunnen richten op die alternatieven en palmolie links laten liggen. Toch lijkt het zinvol om palmolie op duurzame manier te producten. Waarom?

De wereldwijde vraag naar olie stijgt door toenemende consumptie. Aardolie en dierlijke vetten zijn bijzonder belastend voor het milieu, het klimaat en soms ook voor onze gezondheid. Plantaardige olie is dan een beter alternatief, waardoor de vraag naar palmolie alleen nog maar verder toe zal nemen.

Palmolie heeft een enorm hoge opbrengst per hectare. Als we palmolie gaan vervangen door koolzaadolie, zonnebloemolie of kokosolie hebben we veel meer land nodig.

Tenslotte is palmolie zeer geschikt voor een breed scala aan producten. Het is bijvoorbeeld een geschikte vervanger van dierlijke vetten, omdat het vrij hard is. Momenteel kun je voor je ‘boter’ bijna niet anders dan kiezen tussen dierlijke roomboter of margarine van palmolie. En dat eerste zal zéker nooit echt duurzaam worden.

Al met al zou palmolie in theorie dus een van de duurzaamste oliën kúnnen zijn die in ieder geval deels in de enorme vraag kan voorzien.

Wanneer is palmolie duurzaam?

Keurmerken

Om voor een buitenstaander te kunnen beoordelen of een product deugt, maken we gebruik van keurmerken. Zoals gezegd is het RSPO-keurmerk nogal omstreden. Er is wel palmolie verkrijgbaar dat biologisch gecertificeerd wordt, maar dat zou geen garantie geven dat er geen regenwoud gekapt wordt. Een erkend keurmerk zoals dat van Fairtrade International heeft zich nog niet verbonden aan een palmolieleverancier. Het Fair for Life-keurmerk is dat wel.

Volgens de keurmerkenwijzer van MilieuCentraal scoort Fair for Life hoog in de categorieën Milieu en Controle, zeer hoog op de categorie Mens & werk en redelijk op de categorie Transparantie. Opvallend genoeg scoort het dubieuze RSPO-keurmerk in alle categorieën hoog en is zelfs uitgeroepen tot topkeurmerk. Ondanks dat ik de informatie van MilieuCentraal altijd erg betrouwbaar acht, vraag ik me nu af in hoeverre deze keurmerken wel wat voorstellen. Op papier klinkt het natuurlijk prima, maar in hoeverre wordt het ook echt nageleefd?

Van de andere kant zou er juist ook duurzame palmolie kunnen zijn die niet gecertificeerd is, omdat certificering vaak erg duur is en je de meest duurzame productie juist van kleinschalige boeren zou verwachten.

Keurmerken bieden in dit geval dus niet zoveel duidelijkheid over duurzame palmolie.

Milieuorganisaties

Hoe kunnen we dan bepalen wanneer palmolie duurzaam is? Milieuorganisaties zijn er duidelijk over: zodra er houtkap aan te pas komt, is het niet duurzaam. Milieudefensie geeft aan dat de plantages in principe monocultures zijn. Er is dus geen ruimte voor andere inheemse planten en dieren, waardoor er veel biodiversiteitsverlies optreedt.

Willie Smits van Stichting Masarang geeft in een radiointerview aan dat daarmee ook voeding, geneesmiddelen en een inkomen gebaseerd op meerdere producten verloren gaan. Mensen worden ziek door het gebruik van pesticiden. De bodembegroeiing op plantages is erg eenzijdig en de bodem erodeert, waarbij veel CO2 vrijkomt. Zowel de modder als het afval van de palmolieproductie vervuilen rivieren en de zee waar deze in uitmonden. Vissen en koralen sterven af, gemeenschappen verliezen hun inkomen.

Smits is compromisloos: duurzame palmolie kan volgens hem nooit bestaan. Hij ziet liever dat bewoners van de regenwouden profiteren van de verscheidenheid aan vruchten en andere middelen die het woud te bieden heeft.

In principe ben ik het met hem eens, maar als we toch in de enorme vraag naar olie willen voorzien is het misschien niet heel realistisch om palmolie volledig links te laten liggen. Misschien dat Greenpeace zich daarom focust op het voorkomen van verdere houtkap, zodat er in ieder geval niet nóg meer kostbaar regenwoud verdwijnt. Dan kunnen we tegelijkertijd de bestaande plantages efficiënter, eerlijker en schoner maken.

Tenslotte schijnt de oliepalm van origine alleen in West-Afrika voor te komen en alleen daar na vele jaren nog te kunnen groeien. In Azië zouden ze de bodem uit kunnen putten, waardoor deze waardeloos wordt.

Eigen definitie

Laat ik voor het gemak mijn eigen definitie van duurzame palmolie opstellen met het voorkomen van verdere houtkap op de eerste plaats. De meest ernstige gevolgen van intensieve palmolieproductie zijn volgens mij theoretisch wel te voorkomen – of tenminste grotendeels te beperken – met eerlijke handel en arbeidsomstandigheden, hergebruik van productieafval en verantwoord gebruik van bestrijdingsmiddelen. Misschien is West-Afrika tevens de enige geschikte locatie op de lange termijn. Ik weet niet of het dan ideaal is, maar op zijn minst wel een stuk acceptabeler.

Op zoek naar duurzame palmolie

Op onderzoek uit dus. Bestaat er dan toch duurzame palmolie?

Palmolie uit West-Afrika

Zeepziederij aan het IJ geeft aan dat ze afhankelijk zijn van de betrouwbaarheid van hun leveranciers. Die zouden ze wel zorgvuldig gekozen hebben, omdat het bedrijf te klein is om de palmolieplantages zelf te controleren. De Zeepziederij krijgt van de leveranciers de garantie dat het om RSPO-gecertificeerde palmolie gaat en heeft vertrouwen in deze garantie door de complete bijgevoegde veiligheidspapieren.

Volgens mij betekent dit alleen dat de Zeepziederij waarschijnlijk inderdaad RSPO-gecertificeerde palmolie afneemt, maar zegt het nog niks over hoe duurzaam die olie dan echt is. Ze reageren ook niet op mijn vraag of ze bewust voor West-Afrikaanse palmolie gekozen hebben in plaats van Aziatische of op de vraag over wie hun dan precies de olie levert. Leuk dat zij er vertrouwen in hebben dat het wel goed zit, maar het stelt mij eerlijk gezegd nog niet echt gerust.

Palmolie van Serendipalm

Dr. Bronner’s is de beroerdste niet en erkent de negatieve gevolgen van grootschalige palmolieproductie. Maar wow, vooral dit klinkt erg hoopvol: in plaats van genoegen te nemen met dubieuze ‘duurzame’ palmolie, heeft Dr. Bronner’s zelf de handen uit de mouwen gestoken.

Dr. Bronner’s heeft dochterbedrijf SerendiWorld speciaal opgericht om meer controle te hebben over de sociale en ecologische gevolgen van de winning van de grondstoffen die ze voor hun producten gebruiken. Behalve voor kokosolie en muntolie richtten ze ook voor de winning van palmolie een subbedrijf op: Serendipalm.

Serendipalm heeft een eigen palmoliefabriek in Asuom in het oosten van Ghana. Hier verwerken ze uitsluitend palmvruchten die voor een eerlijke prijs worden afgenomen van lokale boeren die voldoen aan het Fair Trade & Organic-keurmerk. Het gaat om 670 boeren met gemiddeld zo’n 3 hectare landbouwgrond. Ook de fabriek zelf is een bron van werk en een eerlijk inkomen voor ruim 200 omwonenden, voornamelijk vrouwen. In dit goednieuwsfilmpje laten ze zien hoe ze dat doen.



De verwerkte palmolie wordt exclusief gebruikt voor de producten van Dr. Bronner’s en een aantal erkende Europese Fair Trade-organisaties. Zo zit er bijvoorbeeld palmolie van Serendipalm in producten van Weleda en in de chocopasta van – nota bene RSPO-lid – Oxfam. Intussen zouden er andere bedrijven zijn die het voorbeeld van Dr. Bronner’s en Serendipalm nu opvolgen.

Klinkt fantastisch allemaal, maar hoe weten we of het niet alsnog niet meer dan mooie reclamepraatjes zijn?

De website van SerendiWorld barst van de kreet Fair Trade & Organic (FTO). FTO-project hier, FTO-boeren daar. Maar FTO is dus niet het Fairtrade-keurmerk zoals wij het kennen. Wel is SerendiWorld voorzien van het – daar is ie weer – Fair for Life-keurmerk. Maar wat dat precies betekent, weet ik dus niet zo goed.

Met een lekker stereotypisch Afrikaanse vertraging krijg ik uiteindelijk wél antwoorden op al mijn vragen. Ze geven aan dat er geen bos gekapt wordt en dat het land al lang gebruikt wordt voor oliepalmen. Andere planten groeien tussen de palmen om de bodem te beschermen en regenwater vast te houden. Pesticiden mogen niet gebruikt worden, maar ze zeggen ook weinig last te hebben van ongedierte. Tenslotte wordt het afval uit de fabriek behandeld met as en gebruikt als compost.

Er zullen ongetwijfeld meer oliepalmen geplant zijn dan er van nature voorkwamen in de regio, maar als we SerendiPalm op hun woord mogen geloven, is dit een heel hoopgevend antwoord!

Fair for Life-gecertificeerde palmolie

Vanwege het verhaal van SerendiPalm, ga ik toch nog even op zoek of dat Fair for Life-keurmerk meer leveranciers gecertificeerd heeft de hoop op duurzame palmolie wat verder kunnen vergroten. Er blijken diverse bedrijven te zijn die onder andere palmvruchten, palmolie, palmpitolie, stearine of oleïne leveren.

Alhoewel… Palma organica en Exportsustent vormen samen Natural habitats. Rapunzel naturkost en Nutiva nemen olie af van Natural habitats en over Alaffia kom ik niet meer te weten dat ze olie inkopen uit Togo in West-Afrika en een herbebossingsproject hebben. Natural habitats lijkt hier in ieder geval de spil waar alles om draait.

Opvallend is dat het hoofdkantoor van Natural habitats zich in Nederland bevindt en Rapunzel naturkost vanuit Duitsland opereert, waardoor ik me afvraag of dat Europese bemoeienis uit idealisme of winstbejag is. Door de uitgebreide antwoorden van Natural habitats op mijn vele vragen, krijgen ze in ieder geval alvast transparantiecredits. Maar hoe zit het nou allemaal?

Dit bedrijf is naast het Fair for Life-keurmerk ook RSPO-gecertificeerd en rechtstreekse concurrentie van SerendiPalm. Ze bezitten geen eigen plantages maar nemen palmolie af van boeren in Ecuador en Sierra Leone. Wel bezitten ze in beide landen een oliemolen. Ze zeggen dat ze zich als enige bedrijf ter wereld volledig op de biologische teelt richten.

Nutiva schrijft op hun website over tweede en derde generatie boeren in Ecuador met elk gemiddeld tien hectare land. Dit geef in ieder geval hoop dat het land niet zomaar uitgeput raakt. Natural habitats heeft het over 150 familiebedrijven in Ecuador. Daarnaast nemen ze olie af van 2000 boeren uit Sierra Leone met elk één a twee hectare land. Of die boeren allemaal in een aaneengesloten gebied verbouwen, krijg ik niet te horen. Het land werd al langer gebruikt voor landbouw, maar onder begeleiding wordt langzaam overgestapt naar biologische landbouw waarbij ook aandacht is voor andere gewassen en het vruchtbaar houden van de grond. Om onbekende redenen komt de palmolie uit Sierra Leone en de palmpitolie uit Ecuador.

De informatie die ik te horen krijg, klinkt op zich best wel goed, maar ik vraag me af of deze niet een beetje selectief en bewust net niet helemaal compleet is. Hoewel het hoe dan ook beter klinkt dan grote plantages met monoculturen, vraag ik me wel af hoe groot en divers de akkers zijn. En wat gebeurt er met de pitten in West-Afrika en met het vruchtvlees in Ecuador?

Natural habitats wijst erop dat er verschillende gradaties zijn binnen de RSPO en dat zij voorzien zijn van het meest strenge keurmerk. Dit keurmerk garandeert dat alle palmolie van een specifieke plantage door de volledige keten te traceren is tot aan het eindproduct. Een groot deel van alle RSPO-gecertificeerde bedrijven heeft dit RSPO/IP-certificaat, ook in Indonesië en Maleisië. Het is vast een stap vooruit, maar als de handhaving nog steeds te wensen over zou laten, schieten we daar ook niet veel mee op.

Palm Oil Innovation Group

Een aantal palmolieleveranciers gaan een stapje verder dan de RSPO. Ze hebben zich vrijwillig aangesloten bij de Palm Oil Innovation Group (POIG) en leggen zichzelf hiermee strengere eisen op. Dit is in principe waarmee de RSPO of palmolie op zich uiteindelijk echt duurzaam kan worden.

De eisen en regels zijn voor iedereen in te zien en zelfs de discussies over het aanpassen hiervan zijn volledig transparant. Ook de scores van de verschillende partijen zijn openbaar gemaakt. Daar krijgen ze natuurlijk dikke bonuspunten voor. Vooral omdat die regels ruimschoots alle thema’s omvatten die ik in mijn eigen definitie van duurzame palmolie noemde: houtkap, arbeidsomstandigheden, voedselzekerheid, pesticiden en meer.

Helaas reageert geen enkele van de aangesloten palmolieleveranciers op mijn vragen. POIG klonk eigenlijk zoals SerendiPalm, maar dan in groepsverband. Jammer dat ze me teleurstellen, want ik verzamel graag meer hoop op duurzame palmolie. Ondanks dat Greenpeace aangesloten is bij de POIG, zijn ze niet blij dat sommige partijen ook palmolie als biobrandstof aanbieden. Dit klinkt meer als een mogelijke weg naar duurzame palmolie dan dat het dat al is.

Overige projecten

Greenpeace laat op hun website Dosan in Indonesië zien als een voorbeeld van hoe het ook kan met de palmolieteelt. Het gaat om een lokale gemeenschap die zelf op een duurzame manier met het land om gaat en daar iets aan verdient. Het verhaal klinkt goed, maar er vindt geen controle plaats van buitenaf en ook Greenpeace doet niet meer dan adviseren.

Als de gemeenschap zelf het nut inziet van duurzaam beleid, kan het wel degelijk echt succesvol zijn. Vanwege de kleine schaal en zeldzaamheid van dit soort projecten, zal het wel slechts een minuscuul deel van de totale palmoliemarkt vertegenwoordigen. Dit voorbeeld is denk ik extra waardevol juist vanwege de lokatie in Azië, omdat daar behalve de grootste problemen misschien ook wel de grootste inhaalslagen te maken zijn.

Conclusies

Er is duidelijk wat aan de gang en het lijkt alsof er hier en daar al kleine beetjes duurzamere palmolie bestaan. Als we SerendiPalm op hun woord kunnen geloven, zou ik hun palmolie misschien zelfs wel als duurzaam durven bestempelen. Vooral omdat ze echt de hele keten proberen te beheersen, ben ik sneller geneigd om ze het voordeel van de twijfel te geven, maar oeh, zeker weten durf ik nog steeds niet zo goed. Ook Natural habitats klinkt op papier alsof ze goed op weg zijn naar duurzame palmolie, maar ik twijfel of sommige vragen bewust onbeantwoord zijn gebleven. Het is voor beide bedrijven sowieso lastig om via e-mail een scepticus te overtuigen.

De plantages van SerendiPalm en Natural habitats vinden we in West-Afrika, daar waar de oliepalm van nature voorkomt. Misschien wel zo logisch! Minder logisch dat heel specifiek de palmpitolie dan weer uit Ecuador gehaald wordt. In Azië moeten we de hoop vestigen op lokale gemeenschappen zoals in Dosan en in de toekomst wellicht het strengere RSPO/IP-keurmerk inclusief ditto streng toezicht. Voorlopig zal het nog een lange weg zijn voordat een aanzienlijk deel van de palmolie op deze manier geoogst wordt.

Ondanks dat ik weer een beetje hoop heb dat er duurzame palmolie kan bestaan, is het wel duidelijk dat duurzame palmolie nog zeer zeldzaam is. Ook als duurzame teelt – ik droom even – wereldwijd wordt toegepast, geloof ik dat het terugdringen van ons gebruik nog altijd hard nodig is.

Als consument heb je hier helaas nog niet bijster veel aan. Als je deze duurzamere palmolie financieel wil steunen, moet je eerst weten waar de olie terecht komt en daar laten de meeste bedrijven absoluut niets over los. Ook niet als ze juist traceerbare palmolie zeggen te verkopen. SerendiPalm is het enige bedrijf waarbij wel duidelijk is waar hun olie naartoe gaat. Als ik een product met palmolie zou moeten kopen, zou het absoluut bij Dr. Bronner’s zijn in de hoop dat ik daar dan inderdaad een gezonde teelt mee stimuleer. Maar over het algemeen blijf ik er bij: vermijden die handel.

Met dank aan Meike Rijssen, Miriam Vreman, Rolf Schipper en Hugo Wortel.

Dit denken jullie ervan

  1. Wat een dijk van artikel!:) Je zoekt alles altijd zo goed uit en het is fijn om te zien dat je een kritische blik hebt. Bedankt voor de goede informatie 🙂

    1. Dank je wel, Lieke! Zo’n artikel kost enorm veel tijd en is niet echt het meest hip op het internet, dus dan vind ik het extra fijn om te horen dat het gewaardeerd wordt 🙂

Wat denk jij ervan?