Ik telde mijn kleding en dit is wat ik leerde

Weet jij hoeveel kleding je hebt, hoeveel je het draagt en welk deel je ooit tweedehands hebt gekocht of van een eerlijk merk? Ik nu wel! En dat leverde weer een paar mooie inzichten op.

Daar is ie weer, het thema kleding. Ik voel me er altijd een beetje ongemakkelijk bij, want ik ben nog altijd niet zo’n kenner of liefhebber, maar wellicht is die hele zoektocht voor sommige onder jullie juist wel weer zo herkenbaar. We moeten toch immers allemaal kleding aan en dan is het fijn als dat er een beetje leuk uit ziet en de wereld zo min mogelijk om zeep helpt.

Om te voorkomen dat ik al teveel miskopen doe, probeerde ik de afgelopen jaren steeds meer inzicht te krijgen in mijn stijl en kleedgedrag. Ik deed allerlei challenges over stijl, kleur, combineren en tweedehands kleding en keek gretig af bij mede-bloggers.

Eén aspect liet ik alsmaar liggen: mijn kleding tellen. Hoeveel heb ik eigenlijk? Wat draag ik echt en wat blijft liggen? Welk deel is tweedehands of juist nieuw gekocht? Ik had al een aardig vermoeden, maar er was vast nog iets te leren als ik het wel eens zou doen. En dus deed ik het eindelijk maar eens. In viervoud.

Welke kleding draag ik en hoe vaak?

Volgens mij heb ik nauwelijks blogs over kleding geschreven waarin ik niet verwijs naar Hermien en haar blog KouweKleren. Zij is dus wel een expert in vintage en tweedehands kleding en net als ik een lijstjesliefhebber. Met haar creativiteit verzint ze niet alleen toffe kledingcombinaties, maar ook leuke uitdagingen en handige trucjes om meer inzicht te krijgen in je kleedgedrag. Zo houdt ze al jaren lang dagelijks bij wat ze draagt en gebruikt ze die wetenschap nu om haarzelf te motiveren geen kleding meer te kopen totdat ze tweederde van haar kast minimaal 30 keer heeft gedragen.

In 2018 besloot ik haar voorbeeld te volgen en heb ik dagelijks opgeschreven wat ik droeg. In mijn excelletje kon ik dan per kledingstuk zien hoe vaak ik het gedragen had. Aan het eind van het jaar was ik er wel weer klaar mee en wist ik genoeg om een paar conclusies te trekken.

Het was geen verrassing om te ontdekken dat ik vaak hetzelfde draag. Ik ben zo iemand die kleding direct weer van de waslijn trekt, omdat die items nou eenmaal het fijnst zijn. Mijn broeken droeg ik allemaal, met één duidelijke favoriet en eentje die juist vaker bleef liggen. Mijn jurkjes droeg ik juist niet zo vaak dat jaar, maar er was wel een duidelijke favoriet. Mijn truien, blousejes en shirts droeg ik bijna allemaal, mede dankzij een paar challenges. Een paar wel duidelijk een stuk minder vaak. Mijn jassen, schoenen en tassen gebruikte ik ook allemaal, maar daar waren er juist een paar favorieten voor dagelijks gebruik en kwam de rest een stuk minder vaak uit de kast.

De meest gebruikte items waren een rugzakje (216x), een spijkerbroek van ArmedAngels (104x) en mijn gympen van Ethletics (104x). De minder populaire items waren soms bijvoorbeeld feestjurkjes, hoge hakken of wandelschoenen die ik niet vaak draag, maar wel blij mee ben. In de meeste gevallen waren het echter kledingstukken die qua kleur, pasvorm of stijl niet helemaal bij me blijken te passen. Miskopen dus. Ik probeer bij zulke kledingstukken te bedenken of ik ze nog anders kan combineren, maar als dat niet zo blijkt, kan het me hopelijk leren hoe ik in het vervolg beter kan kiezen.

Aangezien de telperiode alweer tweeënhalf tot anderhalf jaar geleden was, vind ik het wel grappig om te zien welke kledingstukken nu nog steeds favoriet zijn en al minstens 100 keer gedragen zijn, zoals mijn tweedehands jas van Kleretoko, een hemdje van Saint Basics, een oeroud shirtje en de inmiddels aardig afgetrapte Toms. Andere kledingstukken blijken juist weer heel goed gemist te kunnen worden. Daar waar kledingstukken gesneuveld zijn, zijn gelukkig inmiddels veel leukere items voor in de plaats gekomen. Hier zit dus vooruitgang in.

Al mijn kleding per categorie

Categorieën op een rijtje

Door alle gedragen kleding bij te houden, had ik automatisch al een lijstje van alle kleding die ik had. Of nou ja, bijna dan. Want de reden dat ik het nooit echt geteld heb, is omdat er altijd wel wat kledingstukken in mijn kast lagen waarvan ik wist dat er ze eigenlijk niet thuishoorden. Kleding die ik niet droeg, maar ook niet zomaar in de textielbak wilde dumpen en verkopen of weggeven nooit prioriteit kreeg. Ik nam me steeds voor om te gaan tellen, zodra ik alles op orde had. Maar zover is het nooit gekomen.

Anderhalf jaar later moet het er nu dan toch maar eens van komen. Driekwart jaar geleden is onze kledingkast niet met ons mee verhuisd en sindsdien ligt mijn kleding in Marie Kondo-buideltjes op een tafel in afwachting van een kast die nog gebouwd gaat worden. Alle cynici ten spijt, hou ik dat vouwen lekker vol en geniet ik van het overzicht dat ik daardoor heb. Tellen was nog nooit zo makkelijk geweest.

Ik ben letterlijk alles op gaan schrijven, per categorie, kleur, merk en kenmerken. Schoenen, tassen, onder-, nacht- en sportkleding telde ik niet mee. Ik kwam uit op het volgende:

7 spijkerbroeken
2 broeken
7 truien
10 vestjes/jasjes
6 jurken
4 rokken
5 blousejes
14 shirts/hemdjes

Uit dit lijstje is duidelijk af te lezen dat een spijkerbroek met shirt en vestje lange tijd mijn uniform was. Simpel en comfortabel, maar ook niet heel spannend. Ondanks dat ik wel weer behoefte kreeg aan een meer vrouwelijke touch, blijven mijn oudere jurkjes na veel dragen nu toch vaker in de kast. In plaats daarvan grijp ik nu eerder naar rokken en daarmee blijkt ook ineens meer ruimte te komen voor de blousejes die ik wel leuk vond, maar niet zo goed wist te combineren.

Een totaal van 55 kledingstukken vind ik helemaal prima. Het hoeft wat mij betreft niet zo min mogelijk te zijn en hoewel dit royaal onder het landelijk gemiddelde zit, heb ik meer dan genoeg om uitgebreid mee te kunnen combineren. Wel zie ik hier en daar wat kledingstukken die inmiddels al aardig afgeschreven zijn of een miskoop zijn geweest.

Als ik kijk naar de kleding waarvan ik twee jaar geleden telde hoe vaak ik het droeg, heb ik daar nu nog 31 items van. Dit is overigens allemaal minimaal 4,5 jaar oud, want sindsdien koop ik vrijwel geen fast fashion meer. De 11 kledingstukken die ik nu niet meer heb, zijn vrijwel allemaal helemaal opgedragen. De oplettende lezer ziet dat ik nu meer kledingstukken heb dan ik twee jaar geleden droeg. Dat komt deels doordat ik toen wellicht ook ongedragen stukken in mijn kast had die aan de telling ontsnapt zijn, maar ook omdat ik nu iets meer in mijn bezit heb.

Mijn closet mass index na de laatste telling

Closet Mass Index

Net als de afgelopen twee jaar, doe ik ook deze zomer weer mee met Slow Fashion Season. Hierbij wordt opgeroepen om drie maanden lang geen nieuwe kleding of tenminste geen fast fashion te kopen. Als onderdeel van deze campagne stond ook de Closet Mass Index. Oftewel, hoeveel kleding heb je? Naar wens verder te specificeren als nieuw, tweedehands, gekregen, fair, zelfgemaakt, ongedragen, etc.

Mijn lijstje ziet er zo uit:

55 totaal
28 nieuw
25 tweedehands
2 gekregen
16 fair
39 niet fair
2 ongedragen

Uiteindelijk wil ik ooit een garderobe waarin alles tweedehands, zelfgemaakt of fair is, maar de fast fashion die ik ooit nieuw kocht en nog steeds heb, draag ik het liefst zoveel mogelijk af. Alles zo snel mogelijk vervangen, is namelijk verre van duurzaam en onnodig als je het nog gewoon draagt. Dat afdragen lukt bij de meeste kledingstukken heel goed, dus het verbaast me eigenlijk dat bijna de helft van mijn garderobe al tweedehands is. Ook heb ik inmiddels meer fair fashion dan ik in de gaten had. De twee ongedragen stukken zijn allebei tweedehands en blijken niet goed te passen.

Als ik me niet vergis, kocht ik sinds begin 2016 bij fast fashion-winkels alleen nog ondergoed en één jurk. Pas ruim later begon ik met het kopen van eerlijke merken en tweedehands kleding. In ruim drie jaar tijd kocht ik dus 16 eerlijk geproduceerde kledingstukken en minimaal 25 tweedehands kledingstukken. Volgens mij heb ik alle eerlijk geproduceerde kleding nog, maar heb ik wel een aantal tweedehands kledingstukken inmiddels alweer afgedragen of doorgegeven. Waarschijnlijk kocht ik dus zo’n 50 kledingstukken in ongeveer drie jaar tijd. Ik vind het klinken als behoorlijk veel, maar het komt er in feite op neer komen dat ik op deze manier mijn garderobe elke drie jaar zou vervangen en in die tijd kan ik makkelijk alles twintig tot honderd keer dragen.

Kledingkubus

Die Closet Mass Index kan nog iets verder uitgediept en inzichtelijk gemaakt worden met de geniale kledingkubus die ontstond na een vraag van Saskia en het wiskundige inzicht van haar vader. Saskia wilde haar kleding namelijk sorteren op basis van drie kenmerken: is een kledingstuk vaker dan 30 keer gedragen, is het tweedehands en is het eerlijk geproduceerd?

Bij een positief antwoord op elke vraag, scoorde het kledingstuk een 1. Zo niet, dan scoorde het een 0. Zo kreeg elk kledingstuk een score van drie enen en/of nullen. Hiermee zijn acht combinaties mogelijk die je kan weergeven in een kubus. Op onderstaande foto’s zie je mijn kubus met in groen de kledingstukken die ik vaker dan 30 keer heb gedragen, in paars de tweedehands kleding en in blauw de eerlijke merken. Daaronder zie je de kubus van opzij.

Zoals je ziet heb ik geen kleding die zowel vaker dan dertig keer gedragen, tweedehands aangeschaft én van een eerlijk merk is. Wel heb ik inmiddels een leuke stapel kleding (7) die vaker dan dertig keer gedragen en tweedehands is. Hier zitten veel kledingstukken bij die absolute favorieten zijn. Ook de stapel van ooit nieuw gekochte fast fashion die vaker dan dertig keer gedragen is, is flink (14). Deze kledingstukken zijn allemaal minimaal 4,5 jaar oud, dus die zal ergens de komende jaren vanzelf verder uitdunnen.

Volgens de foto heb ik geen tweedehands kleding van een eerlijk merk, maar ik kwam erachter dat mijn tweedehands rok van Cora Kemperman hier waarschijnlijk wel onder valt. Omdat ik deze nog geen dertig keer gedragen heb, zou deze rechts bovenin de kubus komen (1). Verder heb ik nog een enorme stapel tweedehands kleding van fast fashion-merken die ik nog geen dertig keer gedragen heb (17). Het rechter stapeltje zijn miskopen die terug kunnen naar de kringloopwinkel of mee naar een kledingruil. Alles op de linker stapel is allemaal spul waar ik heel blij van word. Het is een kwestie van tijd, totdat deze items verplaatst kunnen worden naar de stapel erboven.

Midden bovenin ligt de kleding die vaak is gedragen en van een eerlijk merk is, maar wel nieuw gekocht (8). Het paarse shirtje wat op de stapel tweedehands kleding ligt, hoort hier eigenlijk ook thuis. Deze stapel zal de komende jaren waarschijnlijk wat groeien, omdat ik het belangrijk vind dat zulke merken kunnen blijven bestaan en hun positieve invloed zullen hebben op de kledingindustrie. Rechts onderin ligt kleding van eerlijke merken of zelfgemaakte kleding (7). Rechts liggen twee dingen die me niet goed passen, maar de rest stroomt hopelijk snel door naar de vaker gedragen stapel.

Tenslotte de minst duurzame kleding. Het lijkt alsof ik niets in deze categorie heb, maar hier hoort eigenlijk die ene jurk thuis die ik later nog van een fast fashion-merk kocht en niet zo vaak gedragen heb (1). Het is typisch zo’n gelegenheidsjurk die weinig uit de kast komt, maar verder wel perfect is qua kleur, stijl en pasvorm. Deze kan misschien nog tientallen jaren mee, waardoor hij ooit nog eens duurzaam wordt. Op de foto’s ontbreken overigens nog een paar basic hemdjes (fair en oud) die ik wel meegeteld heb.

Doordat ik echt alle kledingstukken één voor één door mijn handen moest nemen én bedenken waar het vandaan komt en hoe vaak ik het gedragen heb, werd het me veel duidelijker waar ik wel en niet zo blij van word. Door de oefeningen die ik laatste jaren met stijl en kleur heb gedaan, is me iets duidelijker geworden waar ik naartoe wil, maar nu zie ik ook beter wat ik al heb en wat wel of minder goed past bij wat ik wil.

Van een aantal miskopen die maar in mijn kast bleven slingeren (5 tweedehands, 2 fair), weet ik nu beter waarom het me niet ligt en voor welke items het weinig zin heeft om nog allerlei andere combinaties te proberen. Ik heb ze dan ook direct apart gelegd en komen niet terug mijn kast in. Hierdoor heb ik alleen maar meer oog voor de kledingstukken waar ik wel meteen blij van word of waarmee ik wel nog wat mee wil experimenteren.

Door de blijmakers en miskopen zo duidelijk naast elkaar te leggen, kan ik bovendien extra duidelijk zien waar ik bij toekomstige aankopen op moet letten wat betreft kleur, materiaal, prints, vormen en stijl.

Weet jij hoeveel kleding je hebt en hoe vaak je dat gedragen hebt?

Dit denken jullie ervan

    1. Niet doen Rob! Gewoon aan de slag er mee 🙂 Om te beginnen met de challenge om eens een seizoen geen nieuwe kleren te kopen! Dat voelt super en is eigenlijk helemaal niet moeilijk! Moeilijker is om weer terug naar het ‘oude’ te gaan, hoe goed is dat? Haha!

    1. Leuk! Zag dat je ook meedoet met Slow Fashion Season. Ben benieuwd of er nog wat leuke acties voorbij gaan komen om mee aan de slag te gaan 🙂

  1. Geweldig overzicht van al die methodes om inzicht in je koop- en draaggedrag en toch ook wel je stijl te krijgen! Vind de methode van Saskia ook heel leuk – echt iets wat mijn vader, ook wiskundige, ook had kunnen verzinnen. Ik heb de liefde voor cijfers niet van een vreemde. Heb hem zelf niet toegepast omdat ik de resultaten al weet, maar zie dat veel mensen ermee aan de slag zijn en er veel aan hebben. Geweldig toch! Hier ligt echt de basis van het besef van de rijkdommen van je eigen kledingkast.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *