Kamerplanten stekken doe je zo

Stekjes kweken en ruilen is hip, leuk en ook nog eens duurzaam. Wil je het ook doen, maar weet je eigenlijk niet goed hoe of kun je altijd nog wel wat tips gebruiken? Ik help je op weg!

Ik hou van planten! Het is een van de weinige dingen waarop ik weiger te minimaliseren. Hoe meer, hoe beter. Volgens sommige woonmagazines zijn bepaalde planten soms hip en later weer uit de mode, maar voor mij zijn ze altijd allemaal lievelings.

stekjes

Planten stekken

Een tijd geleden schreef ik al eens een artikel om je te motiveren om groen in huis te halen zonder meteen naar het tuincentrum te rennen. Je kan namelijk ook je eigen urban jungle creëren door middel van stekjes, adoptieplanten en huurpalmen. Die stekjes zijn leuk, maar hoe werkt dat eigenlijk?

Waarom planten stekken?

Dankzij ‘tweedehands’ planten kunnen we van planten genieten zonder dat we kassen nodig hebben om ze te kweken en of exotische planten hoeven te importeren. Er is nauwelijks transport nodig en we hoeven geen pesticiden te gebruiken. Duurzaam dus!

Groen maakt gelukkig en zorgt voor een goed klimaat in huis. Het is leuk om stekjes te ruilen en te leren hoe de plantjes groeien. Bovendien is het ook nog eens zo goed als gratis. Als je de smaak een beetje te pakken krijgt, wil je nooit meer een ‘nieuwe’ plant.

Hoe kom je aan stekjes?

Soms vragen mensen waar je stekjes kunt kopen, maar dat is helemaal niet nodig! Haal stekjes van de planten die je al hebt, vraag ze aan vrienden, familie of collega’s of ruil ze online – bijvoorbeeld bij Planten- en Stekjesruil op Facebook. Oh ja, stelen uit een tuincentrum schijnt overigens ook hip te zijn, maar is natuurlijk wel echt super kansloos.

Zelf stekken

Zelf stekken is eigenlijk nog veel leuker. Begin met een gezonde, makkelijke plant. Zo eentje die heel makkelijk is in het onderhoud, die zowel tegen uitdroging als verzuipen kan, want die zijn meestal ook het makkelijkst te stekken. In het groeiseizoen zijn planten sterker, waardoor de kans groter is dat het lukt.

Hoe je de stekjes precies neemt, verschilt per plant. Als je een plant hebt uitgezocht, probeer dan te ontdekken hoe de plant in elkaar zit, waar de wortels en de bladeren aangehecht zijn en hoe de plant groeit. Hieronder leg ik straks uit wat voor soort stekjes en zijn en geef ik voorbeelden waarmee je hopelijk kan bepalen welke methode ook voor jouw plant geschikt is.

Wat heb je nodig?

Maar eerst: wat heb je verder nog nodig? Behalve die sterke plant heb je potjes, aarde, een scherp mesje en water nodig. C’est tout. Vaak wordt er gezegd dat je speciale stekgrond en soms zelfs stekpoeder nodig hebt. Dat kan natuurlijk, maar als je geen professionele teler wil worden, is het geen absolute vereiste. Let er bij gewone tuinaarde wel op dat het niet te nat is.

Soorten stekjes en voorbeelden

Ik kreeg wat vragen over hoe ik stek en zie dat er veel naar stekjes gegoogled geëcosiaat wordt, maar stiekem doe ik zelf ook maar wat! Voor de gelegenheid ben ik me er wat meer in gaan verdiepen en er blijkt toch een soort van logica in te zitten. Want elke soort plant vraagt om een ander soort stekje en behandeling. Hieronder bespreek ik de verschillende soorten stekken die je kunt nemen en geef ik wat voorbeelden.

Afhankelijk van de plant kun je één – of meerdere – soorten stekjes nemen. Let op dat de beschrijvingen voor een verschillende soorten stekjes veralgemeniseerd zijn. Als jouw plant niet precies dezelfde is als in een van de voorbeelden, is het altijd verstandig om voor die specifieke plant nog even op te zoeken hoe je het beste kunt stekken. De ene soort wil namelijk wel graag in het water, beschadigd raken, koel of in de zon, terwijl een ander daar helemaal niet blij van wordt.

Uitlopers

Sommige planten vormen vanzelf een aftakking met een klein plantje eraan. Deze babyplantjes kun je eraf halen en omdat er al wortels aan het plantje zitten, kun je het meteen in de aarde zetten. Makkelijker krijg je het niet!

Een voorbeeld hiervan is de graslelie, oftewel zebragras, sprietplant of Chlorophytum. Dit is een sterke, makkelijke hangplant en daardoor erg geschikt voor beginners. De babyplant groeit aan de lange spriet die tussen de bladeren verschijnt. Aan het eind van die spriet ontstaan eerst bloemetjes en daarna blaadjes. Waar de blaadjes aan de spriet gehecht zijn, zie je kleine luchtwortels. Het babyplantje kun je eraf halen door de lange spriet door te knippen. Die spriet zelf heb je niet meer nodig. Je kan het plantje eventueel eerst met de wortels in het water zetten, zodat die iets meer kunnen groeien, maar hij kan ook direct met zijn kontje in de aarde. Zorg dan wel dat je die goed nat houdt.

stekje graslelie
Graslelie met uitlopers

stekje graslelie
Links jonge uitlopers met bloemetjes en beginnende bladgroei, rechts wat oudere uitlopers met flinke baby’s.

stekje graslelie
Oudere uitloper met een behoorlijk grote baby. Luchtwortels zijn duidelijk zichtbaar

Een ander bekend voorbeeld is de pannenkoekplant, oftewel Pilea. Deze maakt geen baby’s die aan een lange spriet in de lucht bungelen, maar maakt nakomelingen ondergronds vanuit de wortels. Bovengronds kun je de baby’s goed herkennen, doordat er een extra ‘stammetje’ naar boven komt waar stengels met bladeren aan groeien.

Om het stekje te nemen, moet je de babyplant zover mogelijk proberen uit te graven. Doe dit gewoon met je vingers, zodat je de wortels kunt voelen. Als je de wortels zoveel mogelijk hebt vrijgemaakt, kun je hem zo dicht mogelijk bij de moederplant afsnijden. Het stekje is al een compleet miniplantje op zich en kan dus ook direct in de aarde. Je kan hem eventueel ook eerst een tijdje in een laagje water zetten, totdat hij meer wortels heeft.

stekje
Pannenkoekplantje met kleine uitlopers bij het stammetje

stekje
Pilea-stekjes


Ook een bananenplant (Musa) maakt uit zichzelf nieuwe scheuten. Als je deze los wil halen, is het belangrijk om te wachten tot ze hun eigen wortels gevormd hebben. Dit is meestal niet voordat ze 20 centimeter groot zijn. Net als bij de Pilea moet je vervolgens proberen om de scheut zoveel mogelijk vrij te maken en deze zo dicht mogelijk bij de moederplant lossnijden. Als je ongeduldig bent kun je de moederplant altijd uitgraven om te kijken of de scheut al wortels heeft, voordat je hem los snijdt. Neem niet meer dan één scheut per keer, zodat de moederplant kan herstellen.

Als het stekje inderdaad wortels heeft, kan hij meteen in de aarde gezet worden, maar geef hem pas water als hij na een paar weken begint te groeien, want anders heb je kans dat hij gaat rotten. Mocht het stekje onverhoopt geen of nauwelijks wortels hebben, kun je hem eerst in een laagje water zetten in de hoop dat er wortels gaan groeien.

stekje
Bananenplant met uitlopers

stekje
Bananenstekjes


Een Aloë maakt ook uitlopers. Als het je lukt om deze er met wortels en al af te trekken zonder dat de basis beschadigd is, kun je hem meteen in de grond zetten. Als je hem zonder wortels afgesneden hebt, moet je de wond eerst minstens een week laten drogen, voordat je hem in de aarde zet.

Ook de koffieplant (Coffea Arabica) en Aglaonema maken uitlopers die te stekken zijn zoals bij de Pilea. Planten zoals Madagascar jewel (Euphorbia leuconeura), Saxifraga en Kalanchoë daigremontiana maken bovengrondse uitlopers op hun stengel of blad en zijn daardoor eveneens makkelijk te stekken.

Kopstekjes

Bij kopstekjes gaat het om het topje van een plant. De stengel van de plant heeft een aantal knopen, de plek waar de bladeren uit de stengel groeien. Om een kopstek te nemen, snij je het bovenste stuk van de moederplant schuin af net onder een van die – niet de bovenste – knoop en haal je de onderste blaadjes eraf. Afhankelijk van de plant zet je het stekje eerst in en laagje water, totdat zich wortels vormen óf laat je de snijwond een paar uur drogen, steek je het stekje in de aarde, drukt deze aan en geef je het wat water.

Dit soort stekjes schijnen goed te werken bij kruiden, maar is ook geschikt voor heel veel andere planten. Zo kun je het proberen met bijvoorbeeld een Dracaena, Aralia, Paricha, Hedera (klimop), een van de vele soorten Ficus, gatenplant (Monstera) en andere soorten Philodendron, Schefflera, Rhipsalis, Croton en Peperomia.

Als je een kopstekje neemt van vetplantjes zoals Sedum of Crassula, laat deze dan drogen, totdat de wond geheeld is. Stop ze daarna ondiep in de aarde.

stekje
Kopstekjes van Peperomia angulata (linksonder en middenonder) en van een vetplantje (rechtsonder)

stekje
Peperomia angulata

stekje
Rhipsalis

stekje
Ficus ginseng

Stengelstekjes

In plaats van de jonge (kop)scheuten neem je een middenstuk van een oudere, volgroeide stengel of tak. Snij steeds net boven een knoop, zodat je stukjes stengel krijgt met de knoop aan de bovenkant. Langer mag ook. De onderkant van de stengel of tak stop je vervolgens in de aarde of – net als bij de kopstekjes – eerst in water.

Planten die geschikt zijn voor stengelstekjes zijn veelal dezelfde soorten waarvan je ook topstekken kunt nemen. Het voordeel van stengelstekken ten opzichte van topstekken is dat je meteen meerdere plantjes kunt kweken.

Bladstekjes

Bladstekjes zijn op hun beurt weer op te delen in verschillende soorten. Zo kun je een heel blad met of zonder stengel stekken, maar kun je soms ook alleen een deel van een blad stekken. Bladstekjes zijn vaak vrij kwetsbaar en hebben er vaak baat bij als je ze afdekt met folie met wat gaatjes erin, zodat ze niet snel uitdrogen.

Planten die je goed kan stekken door een blad met steeltje af te nemen zijn bijvoorbeeld het Kaaps viooltje en Kindje op moeders schoot. Deze zet je met de hele steel in de aarde, zodat het blad net boven het oppervlak komt te liggen.

Bij vetplanten zoals Crassula, Zamioculas en Echeveria en bij sommige soorten cactussen kun je een blad in zijn geheel van de plant afhalen en deze ondiep in de aarde plaatsen. Cactusbladeren die afgesneden zijn, moet je eerst laten drogen totdat de wond dicht is, voordat je ze in de aarde zet. Voor cactussen kun je overigens het beste de aarde mengen met zand, zodat het beter waterdoorlaatbaar is. Zet ze in het begin nog niet in de volle zon en geef ze pas water, zodra er wortels ontstaan zijn.

stekje
Bladstekjes van een cactus en uitlopers van Aloë vera

Hoe ontzettend makkelijk Sanseveria te stekken is, ontdekte ik bij toeval. Bij het verplaatsen brak er een blad af en uit luiheid propte ik die tijdelijk – dacht ik – terug in de pot. Tot mijn verbazing ging dat blad helemaal niet dood en begon het zelfs te groeien. Voor een snellere vermeerdering kun je het blad in meerdere stukken snijden en die zo in de aarde duwen. Wel schijnt het blad dan zijn patroon te verliezen en egaal groen te worden.

stekje
Sanseveria (links), Madagascar jewel (Euphorbia leuconeura) en mozaiekplant (Fittonia verschaffeltii)

stekje
Bladstekjes van Sanseveria

stekje
Sanseveria met geplante bladstekjes

Ook het blad van de zaagcactus kun je in plakjes snijden en meteen in de grond steken. De meeste andere cactussen kun je eveneens afsnijden. De bovenkant en de middenstukken van het blad moeten goed gedroogd worden, totdat het snijvlak geheeld is. Hou bij wat de bovenkant van het blad is en zet ze daarna in dezelfde richting weer in de aarde. Het onderste stuk kun je in de pot laten staan en zal nieuwe scheuten maken.

Oké, nu wordt het me eerlijk gezegd ook een beetje onduidelijk en het internet lijkt ineens niet meer alwetend, maar je schijnt dus ook bladeren te kunnen stekken op een paar andere manieren. Zo kun je de hoofdnerf van een blad verwijderen, waardoor er op de plek van elke zijnerf een nieuwe wortel ontstaat. Je kan ook langs zijnerven of juist dwars door grote nerven heen snijden en het blad onder een laagje aarde leggen.

Wat je met Begonia en Alocasia kunt doen, is even eenvoudig als wonderlijk. Snij een groot, gezond blad in stukjes van ongeveer twee bij twee centimeter, leg die met de nerven aan de onderzijde onder een laagje vochtige aarde en dek het af met folie. Als het goed gaat dan verschijnen er uiteindelijk meerdere scheuten uit één blad. Aangezien we die planten toevallig in huis hebben, moet ik dat maar eens met eigen ogen gaan zien!

stekje
Bladbegonia (Begonia rex)

stekje
Bladstekjes van Begonia rex

Splitsen van de kluit

Bij onder andere de Lepelplant (Spathiphyllum), flamingoplant (Anthurium), Zamioculus, Calathea en Alocasia (onder andere olifantsoor) kun je de wortelkluit splitsen om zo de stengels uit elkaar te halen. In het geval van Calathea wordt aangeraden om elk deel niet kleiner dan drie stengels te maken. Elk deel kan in zijn eigen pot weer nieuwe scheuten gaat maken.

stekje
Calathea orbifolia

Sanseveria is ook te vermeerderen door de kluit te splitsen. In tegenstelling tot het bladstekken blijft op deze manier wel het patroon op het blad behouden.

De Arecapalm en Kentiapalm zijn helaas niet te vermeerderen door middel van stekken, maar je kan wel de kluit splitsen. Als je ze in de winkel koopt, zitten ze namelijk met velen bij elkaar in een pot. Als je ze van elkaar scheidt, kunnen ze uitgroeien tot grotere planten. Probeer de wortels echt zoveel mogelijk te ontrafelen in plaats van de te scheuren.

Wortelstekjes en wortelstokken

Je kan wortelstekken nemen bij planten die knopen in hun wortels hebben en daar dus nieuwe wortels en blad kunnen vormen. Dit kun je het beste buiten het groeiseizoen doen wanneer de plant in rust is. Snij de onderkant van de wortel schuin af, de bovenkant recht en zet hem rechtop net onder de aarde. Deze methode kun je proberen met Anthurium.

Wortelstokken zijn verdikte, ondergrondse stengels die gestekt kunnen worden. In het geval van Alocasia stek je de wortelstok met bijbehorende stengel. Van de Zamioculas zou je alleen de wortelstok moeten kunnen planten waaruit weer nieuw blad gaat groeien.

In de categorie ‘van keukenkastje tot plant’ kun je bovendien een (biologische) gemberwortel in de aarde zetten. Deze wortel is in feite een wortelstok. Aan het eind van de vingers van de wortel zitten de ogen waaruit een plant kan groeien. Je kan de hele wortel planten of hem eerst in stukken snijden met elk minstens drie ogen. Laat deze stukken eerst een paar dagen drogen. Plant de wortel of de stukken vervolgens met de ogen naar boven onder een paar centimeter compost of aarde die je regelmatig bemest en zet het op een plek met halfschaduw. Houd de grond vochtig, maar niet te nat.

Uit zaad

Technisch gezien zijn het geen stekjes, maar als je planten hebt die zaden produceren kun je daar natuurlijk net zo goed gebruik van maken. De zaden kennen we van de moestuintjes, maar sommige kamerplanten of fruitboompjes zijn er ook geschikt voor.

Onze enige plant die overduidelijk zaad produceert is de Madagascar jewel, oftewel Euphoribia leuconeura. Bij ons in huis wordt hij ook wel de spuitende augurk genoemd vanwege de augurkachtige stam en het feit dat hij zijn zaad af en toe door de kamer slingert. Dan klinkt het alsof iemand een handje knikkers over de vloer gooit. Nieuwe plantjes kweken is kinderspel: leg de zaadjes op vochtige aarde, dek het af met nog een centimeter aarde en geef regelmatig water. Het nieuwe plantje verschijnt dan vanzelf.

stekje
Volwassen Euphorbia leuconeura met (minuscule) bloemetjes en zaad

stekje
Nieuw opgekomen plantjes uit zaad

Überhip is het om een avocadoplantje te laten groeien uit de pit van de avocado uit de supermarkt. Het vergt wat mazzel en geduld, maar als het lukt is het wel erg leuk. In het voorjaar schijn je de beste kans op succes te hebben. Zelf kreeg ik het pas na aardig wat pogingen voor elkaar, dus probeer het rustig met meerdere pitten tegelijk. En misschien was het geen toeval dat het uiteindelijk lukte met de pit van een biologische avocado.

Haal de pit uit de avocado zonder hem te beschadigen en maak hem goed schoon, zodat er geen vruchtvlees meer aan zit. De onderkant van de pit is iets platter met een klein puntje eraan, de bovenkant is wat spitser. Steek een paar tandenstokers om de ‘middel’ van de pit en zet hem op een glas met zijn kontje in het water. Zet het glas op een lichte plek en ververs het water regelmatig. Heb geduld, véél geduld. Het duurt minstens enkele weken en soms zelfs maanden, voordat de pit zal ontkiemen.

Als het plantje aardig wat bladeren en een flinke bos wortels heeft gemaakt, kun je hem verpotten in de aarde. Zorg ervoor dat de pit voor de helft boven de aarde uitsteekt. Geef het plantje vrij veel water. Je eigen avocado’s eten? Je plant zal vele jaren, een steeds grotere pot en uiteindelijk volle grond nodig hebben om uit te kunnen groeien tot een boom. De kans dat hij buiten de Nederlandse winter overleeft en vruchten gaat produceren, is helaas niet zo groot, maar het schijnt te kunnen.

stekje
Avocadopitten in water

stekje
Avocadoplantje

stekje
Avocadoplant na een klein jaar

Een kweken van een mangoplant is me nog niet gelukt, maar het schijnt te kunnen. Hiervoor moet je de pit eerst uit zijn schil halen en vervolgens plat en voor de helft verzonken in de vochtige aarde leggen. Waarschijnlijk had ik ze verzopen en werkt het met pitten van biologische mango’s beter. Gebruik een diepe pot, want hij maakt een lange wortel.

stekje
Mangopitten naast hun schil

Verder heb ik – naast de moestuintjes – nog niets van zaad gekweekt, maar als je eens iets in je handen hebt waarvan je je afvraagt of het zou lukken, zou ik zeggen: give it a go!

Aan de slag

Heb je een plant waarvan je wil weten of je hem kunt stekken, maar je komt er niet uit of een van de bovenstaande manieren geschikt is? Zorg dat je weet welke soort het is, eventueel middels een app, en zoek dan op het internet naar hoe je deze soort kunt stekken.

Hopelijk weet je nu genoeg om het eens te proberen. Ga het gewoon doen! Als het een keer mis gaat, heb je altijd de moederplant nog en kun je het later weer opnieuw proberen. En als het lukt heb je maar mooi eigenhandig nieuw leven gecreëerd!

Deel je je ervaringen? Ik ben benieuwd of je nog andere kamerplanten weet die goed te stekken zijn.

Dit denken jullie ervan

  1. Dank je wel voor je uitleg! Toevallig zat ik net naar de nieuwe scheuten van mijn bananenplant te kijken. En ik vroeg mij al af hoe een pannenkoekplant te stekken. Die vind ik zo leuk!

    Fijn, nu kan ik aan de slag.

    Groetjes Jacqueline

    1. Yes, fijn dat je er meteen wat aan hebt. De banaan had ik zelf eerst helemaal uitgegraven voordat ik de scheuten eraf haalde, dat vond ik wat veiliger. De babypannenkoekjes (poffertjes, haha) kun je er zo met de hand wel makkelijk uit graven. Veel plezier 🙂

  2. Wow, jij hebt echt veel kamerplanten en wat een mooie collectie! Ik ben hard op weg, en de twee Madagascar jewel stekjes die ik een tijd terug van je heb gekregen staan er heel mooi bij 😊 Ben benieuwd naar de eerste keer dat de plant zaad gaat rond slingeren!
    Toevallig vroeg ik mij van de week af of ik de Lepelplant zou kunnen scheuren, ben toen niet meteen gaan googlen en nu kom ik het antwoord in jouw blog tegen 😀 Ik ga eerst verder met mijn zoektocht naar potten en als ik een geschikte pot heb gevonden dan ga ik de uitdaging aan om de plant te scheuren. Vind dat wel even spannend hoor.

    1. Twee plantenverzamelaars die gingen samenwonen, oeps. Maar ik vind het wel gezellig met zoveel groen 🙂
      Volgens mij duurt het best lang, voordat die met zaad gaat gooien, maar ze waren inderdaad wel echt snel gegroeid, dus wie weet hoef je niet lang te wachten. Ik heb een paar van die stekjes bewust in te kleine potjes staan, zodat we niet teveel van die monsters in huis krijgen, haha.
      Je lepelplant is inmiddels al gelukt dus! Goed om te weten dat dat ook echt zo makkelijk is. Als die van ons wat groter is, ga ik het ook eens proberen.

  3. Ja de lepelplant is gelukt! Was even spannend maar ging eigenlijk heel gemakkelijk. En na een nacht, staan alle gescheurde plantjes er nog mooi bij 🙂 Wel even wennen dat er nu niet een grote plant in de hoek van de kamer staat maar verspreid door het huis een heleboel kleinere.
    Ik heb al bloemetjes gezien in de Madagascar jewel dus wie weet, al vind ik ze er denk ik nog wel aan de kleine kant uitzien voor het verspreiden van zaden. Ik houd je op de hoogte 😉

  4. Wat een ongelooflijk duidelijk artikel! Onze sanseveria’s hebben zichzelf vermeerderd; er groeien intussen al flinke bladeren langs de zijkant, los van de kluit. Binnenkort maar eens potgrond en wat extra potten in huis halen zodat we ze apart kunnen zetten. En aan een avocadoplantje moet ik me ook nog steeds wagen. 🙂

    1. Ja, eigenlijk maken sanseveria’s ook een soort uitlopers inderdaad. Ik laat ze juist bij elkaar staan, omdat ik een volle pot mooier vind, maar ik heb ook gehoord dat ze je pot kunnen breken als het te druk wordt. Je bent gewaarschuwd 😉
      Avocadoplantje lukt niet bij elke pit, maar des te leuker als het dan wel lukt om er een plantje uit te krijgen. Ik vind hem ook erg mooi met zijn veel te grote bladeren aan een ielig stammetje, haha.

  5. Heb je al resultaat van het bladstekken van je begonia? Ik zou dat dan ook eens met mijn alocasia willen proberen maar die heeft al maar 6 bladeren dus er dan eentje van opofferen vind ik precies te pijnlijk 🙂 🙂

    1. Die foto’s heb ik stiekem alleen voor het blog gemaakt en de blaadjes daarna weggegooid, omdat ik op vakantie ging en onze plantenoppas het al zwaar genoeg heeft :’)
      Ik zal het eens opnieuw gaan proberen, zodra ik weer wat meer tijd heb.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *